woensdag 9 februari 2011

Lente in Den Haag

Het is misschien nog niet echt lente, maar als ik over mijn schouder door het raam achter mij kijk voelt het wel als lente. De zon schijnt vol op de nog bladerloze takken, de lucht is strak blauw en het ziet er uit of je lekker in je shirtje op een terrasje kan gaan zitten. Het heerlijkste aan het terugkomen van de lente zijn altijd de geuren die je keer op keer doen denken aan de lente van voorgaande jaren. Herinneringen van vrolijke dagen in de zon overspoelen me weer als ik op mijn fiets door de ontwakende wereld rij. Vandaag, achter mijn bureau op ons blauw-paarse kantoor, met de zon achter me en de vogels, moet ik denken aan de achtertuin van mijn opa in Den Haag. Mijn opa stierf toen ik een jaar of 11 was. Maar ik weet nog dat ik daarvoor, toen ik met mijn vader soms nog langs ging op soep te eten op zondag, altijd vol bewondering de tuin in keek die voor mijn kleine lichaam op een enorme jungle leek. Nog voelt het alsof ik hele avonturen heb beleefd in die tuin, alsof er achter elke boom ineens een chimpansee te voorschijn kon slingeren of van achter een struik een tijger kon springen. Maar ook de vijver, verstopt achter de grote bosjes. De sterkste herinnering die ik heb aan de tuin van mijn opa is ik, in mijn mooiste jurkje, op mijn hurkjes voor de vijver. Starend om te zien of er vissen tussen de bende algen verstopt zaten. Ik weet niet of ik ze ooit heb gezien, ik denk goudvissen, maar dat beeld, met de zon op mijn toen nog blonde haar, met de geur van de zomer in mijn neus, met het beeld van pap, oma en opa in de zon voor de schuifdeuren maakt me gelukkig. Want misschien was het anders niet waar, we waren toen gelukkig.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten